maart 2016

donderdag 28 januari 2016

Aantal snorfietsen verdubbeld in 8 jaar

Het gebruik van de snorfiets is meer dan verdubbeld de afgelopen 8 jaren. Deze groei doet zich zowel voor in de grote steden als in kleinere gemeenten. Vooral onder ouderen stijgt de populariteit. Voor hen is de snorfiets een alternatief voor de filegevoelige auto met hoge brandstofkosten. De snorfiets is een extra mobiliteitsoptie maar ook een extra probleem.

In dit dashboard worden de verschillende kanten van de snorfiets tegen het licht gehouden. Te beginnen met de snorfiets als populair alternatief:
bron: CBS, bewerkt door CROW



Tegenover de groeiende populariteit staat een groep mensen die steeds meer overlast ervaren.
  • In Amsterdam ergert 65 % van de mensen zich aan de snorfiets. Lees meer in Van alle vervoermiddelen in de stad roepen brom- en snorfietsers de meeste ergernis op
  • De snorfiets stoot veel vuile lucht uit. Voor de fietser die achter een snorfiets rijdt is de emissie vergelijkbaar met die van een passerende vrachtwagen. De risico’s op gezondheidsschade zijn daarmee aanzienlijk. De snorfiets zorgt ook voor veel geluidsoverlast. Lees meer in Brom-en snorfietser schadelijker dan vrachtwagen
  • Door de (te) hoge snelheden levert de snorfiets verkeersonveilige situaties op. Daarbij is de snorfiets een stuk zwaarder dan de fiets wat zorgt voor grotere schade bij een ongeval. Tot slot leveren de hoge snelheden en harde geluiden een (subjectief) gevoel voor onveiligheid. Lees meer in veiligheid snorfietsen
Er zijn nogal wat nadelige gevolgen aan de brom-snorfiets verbonden. In ieder geval aan de variant die op fossiele brandstoffen rijdt. Wat kan een gemeente aan maatregelen nemen om dit vervoermiddel zo min mogelijk overlast te laten veroorzaken? Lees meer in Wat kan een gemeente met bromsnor?




woensdag 27 januari 2016

De ontwikkeling van de snorfiets

De snorfiets is een bromfiets, met een maximale constructiesnelheid van 25 km/uur, die in 1974 is geïntroduceerd (bron: Wikipedia). Fabrikanten bieden bromfietsmodellen vaak ook aan als snorfiets. Voor de snorfietsuitvoering wordt het vermogen teruggebracht met een begrenzer.


Snorfiets
Bromfiets
Juridische maximum snelheid
25 km/u
45 km/u
Gemiddelde praktijk snelheid
Uit onderzoek van de Fietsersbond in Amsterdam blijkt dat 96 % van de snorfietsers te hard rijdt.
ca. 45 km/u
Helm
Geen helmplicht
Helm verplicht
Plek op de rijbaan
Verplicht fietspad; niet toegestaan op onverplicht fietspad
Waar aangegeven op de autorijbaan



Sinds de bromfiets verplicht op de rijbaan moet en de helm verplicht is, is de populariteit van de snorfiets ten opzichte van de bromfiets fors gestegen. In 8 jaar tijd verdubbelde het aantal tot meer dan 600.000 in 2015:

Aantal snor- en bromfietsen 2007-2015
Bron: CBS, bewerkt door CROW-KpVV



Vrijwel alle brom- en snorfietsen zijn particulier bezit: 98 %. In totaal waren in 2015 4% van alle snorfietsen elektrisch. Dat is nog niet veel, maar er worden steeds meer elektrische snorfietsen verkocht:


Aantal brom-/snorfietsen naar bouwjaar en brandstofsoort in 2015
bron: CBS, bewerkt door CROW-KpVV

Van alle verkochte snorfietsen met bouwjaar 2015 was 10% elektrisch.


Vooral twintigers en 50+
Hoewel het aantal brom-snorfietsen toeneemt, blijkt dat er onder jongeren van 16 tot 20 jaar steeds minder behoefte is aan deze vervoermiddelen. Door de invoering van het praktijkexamen voor bromfietsen in 2010 werd het lastiger om een bromfietsrijbewijs te halen. Een andere oorzaak kan zijn dat jongeren sinds november 2011 vanaf 16,5 jaar kunnen beginnen met hun autorijbewijs en vanaf 17 jaar onder begeleiding kunnen autorijden en dus minder behoefte hebben aan een brommer.
In tegenstelling tot de jongere is het snor- en bromfietsbezit onder 50-plussers sinds 2010 met 32 procent gestegen. Deze stijging is slechts gedeeltelijk toe te schrijven aan de vergrijzing (bron: CBS). Uit onderstaand figuur blijkt dat het aantal snorfietsen vooral stijgt onder de 20-30 jarigen en 50+:


bron: CBS, bewerkt door CROW-KpVV
bron: CBS, bewerkt door CROW-KpVV







dinsdag 26 januari 2016

Meeste snorfietsen in steden en langs de kust

Wanneer we kijken naar het aantal snorfietsen per 1000 inwoners per gemeente, dan valt op dat er relatief veel snorfietsen zijn in en rond de steden en langs de kust:

Het aantal snorfietsen per gemeente
Klik op een gemeente om het aantal snorfietsen en de groei te zien.


In het databestand vindt u de cijfers van uw gemeente. In de tabel hieronder laten we alvast de top 10 zien. In de Top 10 staan ook veel kleinere gemeenten. Dit zijn wellicht uitschieters. In de meeste steden is sprake van een forse groei zoals blijkt uit de Snorfietsen Top 393, de lijst met alle gemeenten. Met zo'n snelle groei kan bovenstaande kaart snel veranderen.
Het bezit van de inwoners zegt niet alles. In de binnenstad van Amsterdam kunnen ook veel scooterrijders uit omliggende gemeenten rondrijden.




Top 10
Gemeente

Aantal snorfietsen per 1000 inwoners
Groei snorfietsen 2007-2015 (2007=100)

1
Katwijk
110
159
2
Haarlemmerliede en Spaarnwoude
87
414
3
Zandvoort
83
259
4
Noordwijk
82
210
5
Maastricht
81
147
6
Valkenburg aan de Geul
76
217
7
Noordwijkerhout
71
245
8
Valkenswaard
69
223
9
Urk
68
119
10
Ameland
66
138




Er is weinig verschil tussen de snor- en de bromfiets. Zeker waar de bromfiets op het fietspad wordt toegestaan, of waar veel bromfietsers illegaal het fietspad gebruiken. De overlast kan dan ook door bromfietsers worden veroorzaakt. Daarom laten we hier ook een kaart zien met het aantal brom- en snorfietsen bij elkaar opgeteld:









Top 10


Gemeente



Aantal snor- en bromfietsen per 1000 inwoners
1
Midden-Delfland
258
2
Ouder-Amstel
240
3
Landsmeer
232
4
Oostzaan
216
5
Bloemendaal
215
6
Amsterdam
213
7
Diemen
212
8
Barendrecht
203
9
Brielle
200
10
Capelle aan den IJssel
200

In Midden Delfland nadert het totaal aantal scooters (snor- en bromfietsers) een omvang vergelijkbaar met die van Genua, de stad van de Vespa. In Genua zijn 300 scooters per 1000 inwoners.
In de Scooters op 393 vindt u het aantal brommers en scooters per 1000 inwoners per gemeente.

maandag 25 januari 2016

Stedelingen snorren, boeren brommen

In 2015 waren er gemiddeld 33 snorfietsen per 1000 inwoners. Dit varieert van 10 tot 110 snorfietsen per 1000 inwoners. Het aantal bromfietsen is vergelijkbaar en varieert van  11 tot 107 per 1000 inwoners.
Het bromfietsbezit neemt af naarmate een gemeente stedelijker is. Het snorfietsbezit neemt juist toe met de stedelijkheid:

Brom- en snorfietsbezit per stedelijkheidsgraad
  
Bron: CBS bewerkt door CROW-KpVV

De snorfiets is populairder in de steden en de bromfiets op het platteland. De juridische snelheid van het vervoermiddel zal hier zeker mee te maken hebben. In praktijk rijden snorfietsen echter vaak even hard als een bromfiets. Het imago en de pakkans spelen wellicht ook een rol. Maar het kan ook aan de leeftijdsopbouw liggen: Jongeren trekken naar de stad waar de snorfiets populair is.
Gemiddeld groeide het aantal snorfietsen tussen 2007 en 2015 met 207%. Dat is dus ruim een verdubbeling.
 Groei brom- en snorfietsen per stedelijkheidsgraad
Bron: CBS bewerkt door CROW-KpVV



Opvallend is dat er de groei in de steden ongeveer even groot is als daarbuiten.

Bromfiets vooral populair in het noorden
Het aantal snorfietsen en bromfietsen per 1000 inwoners vertoont grote verschillen per provincie:
Opvallend is dat de bromfiets in de noordelijke provincies en Zeeland relatief populair is, terwijl in Brabant, Limburg, Gelderland en Flevoland er meer snorfietsen dan brommers zijn.


Aantal brom- en snorfietsen per provincie
Bron: CBS bewerkt door CROW-KpVV 





zondag 24 januari 2016

Snorfiets is vies

Brom- en snorfietser schadelijker dan vrachtwagens
Het aandeel brom- en snorfietsen in het totale verkeer is klein. Wel rijden scooters vaak op dezelfde rijbaan als fietsers (bijvoorbeeld een fietspad). De meest schadelijke stofdeeltjes zijn de fijnste deeltjes en roet. Deze klonteren na enkele meters al snel samen. Dicht op de uitlaat van voertuigen is de emissie daarom schadelijker dan enkele meters hiervandaan. Als een fietser door een scooter wordt ingehaald krijgt de fietser relatief veel uitlaatgassen in het gezicht. De scooter is daarom een belangrijke veroorzaker van vervuilde lucht voor de fietser:
Bron: gemeente Nijmegen

Dit patroon komt overeen met de bevindingen van de Fietsersbond in 2008 met hun ‘snuffelfiets’. Op grond van hun metingen constateerde de Fietsersbond:
Een vieze vrachtwagen stoot zo’n 300.000 deeltjes uit per kubieke centimeter. Een scooter komt moeiteloos op 350.000 deeltjes per kubieke centimeter. Het zijn ultrafijn stofkanonnen

Doordat hun aandeel in de modal split klein is (slechts enkele procenten, zie figuur hieronder) hebben brom- en snorfietsen slechts een klein aandeel in de totale verkeersemissie van Stikstofdioxide en Fijnstof van een gemeente. Dit zijn de stoffen waarvoor Europese normen zijn geformuleerd. De scooter stoot echter ook andere schadelijke stoffen uit. Bijvoorbeeld koolwaterstof, een stof die ook zeer schadelijk is voor de gezondheid. Uit onderzoek in Amsterdam blijkt dat het aandeel van de scooter in de emissie van koolwaterstoffen (HC) groot is:
Aandeel in de emissie van koolwaterstof door verschillende voertuigen
bron: Maatregelenpakket schone lucht voor Amsterdam, 2015.


Onderzoek door het RIVM bevestigd deze conclusie:

Percentage bijdrage emissie van brommers aan totale verkeersemissie
Bron: Gezondheidseffecten van brommeremissies, RIVM, 2011

In bovenstaande tabel wordt uitgegaan van de jaren 2002-2009. Sindsdien is het aandeel van scooters in het verkeer sterk gestegen. Het aandeel van de scooter in de verkeersemissie is daarmee ook toegenomen en zal meer overeenkomen de figuur van Amsterdam uit 2015.

In een literatuurstudie vond het Ministerie nog enkele effecten:
"Brom- en snorfietsen dragen met 38% relatief sterk bij aan vluchtige organische stoffen en met 24% aan methaan (CBS 2015). Uit onderzoek van de GGD Amsterdam en de Universiteit Utrecht blijkt dat brom- en snorfietsen weinig bijdragen aan stikstofoxiden maar veel aan ultrafijnstof (Van der Zee et al. 2012)."

In 2017 gelden voor bromfietsen de Euro 4 normen. Hiermee zullen geen nieuwe tweetaktmotoren meer worden toegelaten. Maar scooters gaan lang mee: bijna de helft van alle brom- en snorfietsen is ouder dan 10 jaar (zie onderstaande figuur). Het zal dan ook nog jaren duren voordat de al bestaande tweetaktmotoren uit het straatbeeld verdwenen zijn.

bron: CBS, bewerkt door CROW


Geluidsoverlast
Naast luchtkwaliteit is ook het geluid van snorfietsen een bron van hinder:
Mensen hebben regelmatig last van geluiden van buren, laagfrequent geluid en pieken van brommers. Deze bronnen worden als zeer hinderlijk ervaren. Mensen willen alleen gewenste geluiden horen. Geen mechanische geluiden, maar bomen, vogels, windgeruis en spelende kinderen. Ze helpen te ont-stressen, wat heilzaam is voor de gezondheid. Zo ervaren ze contact met de omgeving. Als dat contact verstoord is, kunnen mensen minder goed rust vinden. Daarin spelen stedelijke recreatiegebieden, zoals parken een belangrijke rol. Als mensen gestrest zijn, zoeken ze deze gebieden op om tot rust te komen. (bron: RIVM Magazine 2014)

Elektrische alternatieven
Scooters op fossiele brandstoffen veroorzaken geluidsoverlast en vervuilen de lucht. Gelukkig zijn er inmiddels diverse elektrische modellen die hier niet aan bijdragen:
  • de speed-pedelec (valt volgens europese wetgeving onder de bromfiets)
  • de elektrische snorfiets
  • de elektrische bromfiets

zaterdag 23 januari 2016

Veiligheid snorfietsen

Het risico op een dodelijk ongeval of een ongeval waarbij een zwaar gewonde valt is voor de brom-/snorfiets erg hoog in vergelijking met andere vervoermiddelen:


Gemiddelde over de jaren 2004-2009. bron: SWOV factsheet 2014

Gemiddelde over de jaren 2004-2009. bron: SWOV factsheet 2014 

Het aantal slachtoffers van verkeersongevallen met snorfietsers in Amsterdam steeg van 275 in 2007 tot 689 in 2012. Een bijna even sterke groei als het aantal snorfietsen. In 2012 gaat het naar schatting om 71 ziekenhuisopnamen en 618 behandelingen op een spoedeisende hulp afdeling van ziekenhuizen.
Dit bleek bij een analyse die de SWOV in 2013 maakte. De analyse was gericht op een inschatting van de verkeersveiligheidseffecten als de snorfiets in Amsterdam naar de rijbaan zou verhuizen, Snorfiets Op de Rijbaan, oftewel SOR.

De SWOV schatte dat SOR met helmdraagplicht voor Amsterdam een reductie zou opleveren van 261 (-38%) slachtoffers van ongevallen waarbij een of meerdere snorfietsers betrokken zijn (35 ziekenhuisopnamen en 226 spoedeisende-hulpbehandelingen ). Het grootse deel van deze reductie komt doordat veel snorfietsers als gevolg van SOR met helmdraagplicht kiezen voor een ander vervoermiddel.

De effecten van SOR zonder helmdraagplicht kon de SWOV niet inschatten.

Toen de  maatregel Bromfiets op de Rijbaan (BOR) werd ingevoerd is de maximum snelheid voor bromfietsen binnen de bebouwde kom verhoogd van 30 naar 45 km per uur om het snelheidsverschil tussen bromfietsers en auto’s te reduceren. De SWOV geeft aan dat dit bij snorfietsers ook zou moeten worden overwogen.

Om de snorfiets naar de rijbaan te kunnen verplaatsen besloot de minister in  2014 een lokale helmplicht juridisch mogelijk te gaan maken. Gemeenten beslissen dus zelf of zij op bepaalde plekken een helmplicht invoeren. 

vrijdag 22 januari 2016

Inwoners ergeren zich aan snorfietsen

Veel metingen laten een groei van het fietsverkeer zien, tot vreugde van gemeenten die streven naar een shift naar duurzame vervoerwijzen. Het toenemende gebruik van het fietspad door de snorfiets past hier niet bij. Hoeveel mensen ergeren zich eigenlijk aan de brom-/snorfiets?

In opdracht van Milieudefensie onderzocht I&O Research hoe mensen de scooter ervaren. Ze enquêteerden hiervoor 1.051 mensen in de 4 grote steden. Dit levert een aardig beeld op van hoe mensen tegen de scooter aankijken:

Het vervoermiddel waar mensen zich in de stad het meest aan ergeren
bron: Scooters in de Binnensteden, I&O research, 2015
Aan de bromfiets ergert 49 procent zich ‘altijd’ of ‘vaak’, aan de snorfiets 43 procent. De auto wekt bij 30 procent van de inwoners vaak of altijd ergernis op, en aan fietsers ergert ruim een kwart van de inwoners (27 procent) zich.  Van alle vervoermiddelen in de stad roepen brom- en snorfietsers dus de meeste ergernis op.

Overlast waar inwoners zich altijd of vaak aan ergeren per voertuigtype (% genoemd)

bron: Scooters in de Binnensteden, I&O research, 2015
Inwoners ergeren zich vooral aan brom- en snorfietsers vanwege hun gevaarlijke rijgedrag en te hard rijden. Dat verklaart waarom 32 % van de mensen zich ook vaak of altijd aan de elektrische scooter ergeren. 
Naast het gedrag ergeren respondenten zich aan milieuaspecten als geluidsoverlast en luchtvervuiling en ruimtegebrek op het fietspad.
De mate waarin inwoners zich ergeren verschilt per stad. Zo ergert 60 procent van de Amsterdammers zich aan bromfietsen/scooters, onder Rotterdammers 41 procent en Hagenaars 42 procent.
Ook neemt de ergernis toe naarmate men in of dichterbij de binnenstad woont. In de buitenwijk wordt de ergernis aan de scooter 10 tot 15 procentpunten  minder genoemd.

Lees verder in: